Wauw, wat een dunne en knapperige pizzabodem!
Gooi met de dobbelsteen en speel nog een beurt.
Heb je in je beurt minstens één pizza gemaakt, trek dan aan het eind van je beurt een apenkaart. Zoek het nummer van de kaart en doe wat erop staat.
Apenkaarten gebruik je in het basisspel en bij Geheime Pizza’s, niet bij Hongerige Apen. Laat de apenkaarten weg om het spel makkelijker te maken.
Je beurt eindigt als je de apenkaart trekt. De volgende speler gooit met de dobbelsteen en verplaatst toppings voordat er pizza’s worden gemaakt. Een kaart die je mag bewaren, is van de speler die hem heeft getrokken.
Gooi met de dobbelsteen en speel nog een beurt.
Breng één topping van de voorraad naar de lopende band en haal, als je wilt, één topping van de lopende band.
Tel één op bij het getal op de dobbelsteen.
LET OP! Je mag de kaart bewaren en in elke beurt spelen.
Toelichting: Speel hem direct nadat er gegooid is.
Trek één af van het getal op de dobbelsteen.
LET OP! Je mag de kaart bewaren en in elke beurt spelen.
Toelichting: Speel hem direct nadat er gegooid is. Het getal kan 0 worden, en dan worden er geen toppings verplaatst.
Gooi twee keer – leg beide keren toppings op de lopende band. Pizza’s worden pas na beide worpen gemaakt.
LET OP! Je mag de kaart bewaren en in elke beurt spelen.
Toelichting: De speler die aan de beurt is, gooit nog een keer.
Spelers krijgen of verliezen stukken: Sta je voor, dan verlies je één stuk. Zit je in het midden, dan krijg je één stuk. Ben je laatste, dan krijg je twee stukken.
LET OP! De kaart geldt meteen voor alle spelers. De spelers mogen de stukken kiezen.
Toelichting: Meeste stukken: je staat voor. Minste: je bent laatste. Heeft iedereen er evenveel, dan krijgt iedereen er één.
Geef één stuk uit je doos aan een andere speler.
LET OP! Het stuk moet nieuw zijn voor de andere speler.
Toelichting: Geef een stuk dat de andere speler nog niet heeft.
Sla één ronde over.
Toelichting: Je slaat je volgende worp over.
De dozen van de spelers wisselen met de klok mee van eigenaar.
De dozen van de spelers wisselen tegen de klok in van eigenaar.
De speelrichting verandert.
LET OP! Speel je met z’n tweeën, dan krijg je meteen een nieuwe beurt.
Ruil je doos met een speler naar keuze.
Alle spelers verliezen stukken volgens het getal op de kaart.
LET OP! Heeft een speler maar één stuk, dan wordt dat niet weggehaald.
Toelichting: 2–3 stukken: verlies 1. 4–5 stukken: verlies 2. 6–7 stukken: verlies 3. 8–9 stukken: verlies 4.
Alle toppings op de lopende band gaan naar de voorraad.
Alle toppings gaan naar de lopende band.
LET OP! Je kunt je beurt voortzetten door pizza’s te maken. Trek aan het eind een nieuwe apenkaart.
Toelichting: Als je pizza’s maakt, trek je aan het eind een nieuwe apenkaart.
De kleinste toppings gaan naar de voorraad. Haal, te beginnen met de kleinste topping op de lopende band, evenveel toppings weg als er spelers meedoen.
Toelichting: Bijvoorbeeld: met drie spelers gaan de drie kleinste toppings naar de voorraad.
De grootste toppings gaan naar de voorraad. Haal, te beginnen met de grootste topping op de lopende band, evenveel toppings weg als er spelers meedoen.
Toelichting: Bijvoorbeeld: met drie spelers gaan de drie grootste toppings naar de voorraad.
De waarde van de lopende band gaat één omhoog. Verplaats toppings naar keuze tussen de lopende band en de voorraad.
Toelichting: De som van de toppings op de lopende band gaat één omhoog. Voorbeeld: ananas (3) + tomaat (2) = 5. Breng een olijf (1) naar de lopende band en de som is 6.
De waarde van de lopende band gaat één omlaag. Verplaats toppings naar keuze tussen de lopende band en de voorraad.
Toelichting: De som van de toppings op de lopende band gaat één omlaag. Voorbeeld: ananas (3) + tomaat (2) = 5. Ruil de tomaat voor een olijf (1) en de som is 4.
Alle oneven toppings wisselen van plek tussen de lopende band en de voorraad.
Toelichting: Oneven: 1, 3, 5, 7 en 9.
Alle even toppings wisselen van plek tussen de lopende band en de voorraad.
Toelichting: Even: 2, 4, 6, 8 en 10.
Alle toppings die deelbaar zijn door drie wisselen van plek tussen de lopende band en de voorraad.
Toelichting: Deelbaar door drie: 3, 6 en 9.
Alle toppings die deelbaar zijn door vijf wisselen van plek tussen de lopende band en de voorraad.
Toelichting: Deelbaar door vijf: 5 en 10.
Kleine toppings wisselen van plek tussen de lopende band en de voorraad.
Toelichting: Klein: 1–5.
Grote toppings wisselen van plek tussen de lopende band en de voorraad.
Toelichting: Groot: 6–10.
Alle toppings wisselen van plek tussen de lopende band en de voorraad.
Toelichting: Was de lopende band leeg, dan is het pizzafeest: ga door met je beurt zoals bij kaart 15.
Je kunt het effect van een apenkaart tegenhouden.
LET OP! Je mag de kaart bewaren en in elke beurt spelen.
Toelichting: Speel hem zodra iemand een apenkaart trekt. Het effect van die kaart vervalt.
Je krijgt één gratis extra stuk!
De toppings op de lopende band wisselen volgens de plaatjes op de kaart.
LET OP! Er gebeurt niets met de toppings als ze allebei op de lopende band liggen.
Toelichting: Paren: olijf–ham, tomaat–champignon, ananas–rucola, blauwe kaas–aubergine, garnaal–vis. Een paar wisselt van plek als de ene op de lopende band ligt en de andere in de voorraad.
Maak een pizza vóór of na het gooien met de dobbelsteen.
LET OP! Je mag de kaart bewaren en later spelen.
Toelichting: Je mag pizza’s maken zowel vóór als na het gooien.
Spelers mogen een stuk kiezen van de vorige speler.
LET OP! De speler die aan de beurt was, begint. Het stuk moet nieuw zijn. Is er geen nieuw stuk, dan krijgt de speler niets. Die speler moet wel nog steeds een eigen stuk aan de volgende speler geven.
Toelichting: Pak van de speler vóór je een stuk dat je nog niet hebt. De stukken gaan pas in de dozen als iedereen heeft gekozen.
Je krijgt twee extra stukken!
Je verliest al je stukken.